RHoK

2025-11-05

Het specifieke tijdstip als titel bindt alle briefjes samen, terwijl het carbon- en kalkpapier een gelijktijdige gelaagdheid suggereren. De ‘woordwolk’ wordt een druk moment in iemands hoofd op het rustigste moment van de week (zondagnamiddag). Als ik de papiertjes sequentieel aanbied dan gaat de toeschouwer meer met de inhoud ervan aan de slag, in tegenstelling tot het overweldigende van alles tegelijk aan te bieden. In dat geval gaat de toeschouwer er maar een paar lezen, en het nabeeld is dat van drukte. Het werk drukt dus het contrast uit tussen uitwendige rust/kalmte en inwendige onrust/drukte. In wezen wil ik gewoon zeggen dat ik gedachten heb gehad, denk ik. Ik denk dus ik ben? Ik ben dus ik denk? Ik denk dus ik denk?